Donateurs
Login Form
Een klein wit hondje!

Er komen vaak mailtjes binnen met meldingen over vermiste dieren, vaak zijn dat honden of katten, in deze gevallen verwijzen we altijd naar het streekdierentehuis “de Reddingsboei” te Geleen, want daar worden alle gevonden honden en katten “opgeslagen” zoals dat heet.
Maar af en toe worden er ook zwervende honden, in onze regio, gemeld. Omdat we steeds vaker succes hebben met het invangen van honden, denk maar aan de laatste, “Lord”, gaat het bij mij dan gelijk kriebelen en wil ik actie ondernemen.
Dit keer kreeg ik meerdere mailtjes van een mevrouw uit een klein dorpje in de buurt. Ze had al een aantal keren een klein wit hondje zien rondlopen op een bepaalde plek in het dorp en het leek er op dat dit dier zwervende was. Vanwege het gevaar dat het dier aangereden zou worden en de naderende kou, was ze bezorgd over het welzijn van dit dier.
Ik beloofde haar te gaan kijken en deed dit ook een aantal keren op verschillende tijden, maar ik zag het hondje niet. De tweede keer dat ik ter plekke kwam stond er een buurtbewoner op straat die ik aansprak over het dier en hij gaf aan dat het hondje, niet groter dan een kat, elke dag bij hem op het erf kwam eten. Hij was gelukkig bereidt te helpen en gaf aan dat hij er vast van overtuigd was dat hij het dier te pakken kon krijgen met wat geduld en dagelijkse voeding. Nu was het dus een kwestie van tijd. Ik liet mijn telefoonnummer achter en hij beloofde direct te bellen als hij succes zou hebben. Afwachten dus!
Een paar dagen later belde de man inderdaad, maar niet omdat hij het hondje had kunnen vangen. Steeds als hij bezig was met de hond gebeurde er altijd weer iets waardoor het er vandoor ging. En dat is altijd hét grote probleem met honden die zwervende zijn, ze verliezen heel erg snel het vertrouwen in de mens en blijven altijd op veilige afstand om direct weg te rennen als er “gevaar” dreigt.
Ik gaf aan dat we een vangkooi konden proberen, maar dan kon dit alleen met de kleinere kooi die ik heb om katten en kleinere dieren mee te vangen, want de grote hondenvangkooi die we hebben gemaakt heeft té grote mazen en daar zou dit kleine dier doorheen kruipen.
Maar het was zeker het proberen waard, dus bracht ik de kleine vangkooi naar hem toe en legde uit hoe deze werkt. De enige andere optie was om het dier een kalmerend middel door het voer te geven, maar dat heeft minimaal één uur nodig om zijn werking te doen en dat zou gevaarlijk kunnen zijn voor de hond, je weet namelijk nooit wat het dier in dat uur gaat doen. Als het wegloopt en ergens in slaap valt, waar je het niet kunt vinden, zou het onderkoeld kunnen raken en eventueel doodgaan. Ook zou het aangereden kunnen worden als het half versuft over straat zou lopen, dus daar zagen we van af.
De man was er nog steeds vast van overtuigd dat hij het hondje te pakken zou krijgen, ik zei hem dat ik zou duimen en ging weer terug naar het Dierenhulpcentrum.

Na een paar uur kreeg ik al weer een telefoontje, met een geweldige mededeling. De hond was gevangen! Omdat we wellicht via een chip de eigenaar konden achterhalen ging ik direct terug om dit te checken. Helaas, geen chip. Inmiddels was het hondje al gewassen en waren er een aantal teken uit een oor verwijderd door de man. Het mooie was dat het dier dit allemaal gelaten onderging en zelfs niet meer was weg te slaan bij zijn redder. Hoewel deze man geen klein hondje wilde aanschaffen, liever een grote, was hij erg gecharmeerd van dit kleine o
pdondertje en hij wilde er over denken het te houden, als we geen eigenaar konden traceren. Ik liet het dier dus achter bij hem en hij zou me bellen of hij wel of niet de nieuwe eigenaar zou worden van dit kleine witte hondje.
Na 2 dagen kwam het bericht dat het hondje, nu Purdey genaamd, mag blijven. Iedereen is weg van het kleine ding, maar de doorslag was het feit dat Purdey zo aan de man hangt. Zij is gék op hem en hij nu ook helemaal op haar!
Bovenstaand relaas laat weer duidelijk zien dat je soms verder moet gaan dan anderen. Tot nu toe is Purdey alweer de achtste hond die door ons werd gevangen toen het anderen niet lukte. Wat voer, tijd, geduld, een vangkooi en vooral inzicht zijn de ingredienten die je nodig hebt en iets wat zeker niet mag ontbreken is medewerking van de mensen in de buurt. Dat blijkt maar weer!
2012 wordt een prima jaar, dat weet ik zeker!
Geen negatieve voorspellingen betreffende het komende jaar, dat is een ding wat zeker is. In elk geval niet wat ons betreft. Wij hebben al zoveel tegenslagen te verduren gehad dat alles wat er nu nog zou kunnen gebeuren “een makkie” zal zijn. We hebben vaak zo vreselijk diep in de put gezeten dat we dachten dat er nooit ofte nimmer meer uit zouden komen. Maar toch is dat altijd weer gelukt!
Zoals altijd in de eerste dagen van het jaar moeten we weer een aantal zaken op orde brengen. Nieuwe agenda’s en kalenders in gebruik nemen, de formulieren van het afgelopen jaar in de daarvoor bestemde ordners opbergen, inventariseren enzovoort. Kortom alles in gereedheid brengen voor het nieuwe jaar. Daarbij hoort ook het checken van de voervoorraden. Omdat wij alle soorten dieren binnen krijgen is het belangrijk dat er voor elke diersoort in elk geval voor een paar dagen voeding op voorraad is. Er wordt melkpoeder, zaad en diepvriesvoeding ingeslagen zodat we in geval van nood, want je zult altijd zien dat het avond of weekend is, iets hebben om zo’n dier te kunnen helpen. Ook belangrijk: kijken of er geen voer over datum is of niet meer goed om aan de dieren te geven.
We hebben na al die jaren natuurlijk een goede kijk gekregen op wat we kunnen verwachten vanaf 1 januari. Eerste patiënten zijn meestal winterslaapegels die te vroeg ontwaken en dan natuurlijk de jonge haasjes die door mensen worden opgeraapt. Jammer genoeg, want deze dieren liggen her en der op akker- of graslanden, door hun moeder achtergelaten met de bedoeling dat zij de jongen één of twee keer per dag bezoekt om ze te zogen totdat de kleintjes oud genoeg zijn om haar te volgen. Het is dus zaak dat men ze NIET opraapt of aanraakt. De haasjes zijn weliswaar kwetsbaar maar door hun fantastische schutkleur, geurloosheid en hun instinct om stil te blijven liggen en net te doen alsof ze een hoopje aarde zijn, leiden ze de meeste roofdieren om de tuin.
In februari zijn het meestal jonge uilen, eekhoorns en af en toe een steenmarter die we mogen helpen. Maart en april zijn vaak volwassen vogels zoals de merel en de houtduif bij ons op bezoek, een enkele roofvogel met een probleem. Vanaf mei komen er dan meer egels binnen en hopelijk dit jaar geen jonge reeën, waar hetzelfde verhaal voor geldt als voor de haasjes. Ook in mei beginnen de mensen jonge vogels van de straat te plukken omdat men denkt dat er iets mis is met de dieren die instinctief hun ouders volgen om te leren vliegen, eten zoeken en gevaar te herkennen. LAAT ze a.u.b. hun gang gaan, ook al is het voor u misschien akelig dat ze zo kwetsbaar rondhuppelen, dat is nu eenmaal de natuur. De één zijn dood is……..!
Omdat we van lieverlee op een bepaald moment hebben besloten ook zwerfdieren te gaan opvangen zoals konijnen, knaagdieren, tamme vogels enzovoort, komen er het hele jaar door heel veel huisdieren binnen. Dit soort dieren komt meestal op straat terecht omdat men ze `vrij laat`, in de veronderstelling dat ze het wel zullen redden! Tja, en dat is dus niet zo. Tamme dieren hebben geen idee wat ze moeten aanvangen om zichzelf te verzorgen, op een enkele uitzondering na. Vaak kunnen wij helpen door de dieren in te vangen en een nieuw tehuis voor ze te vinden. Ook voor al deze diersoorten moeten we voedsel op voorraad hebben.
Wij zijn er weer klaar voor in elk geval!
De dierenpolitie.
Er wordt hier en daar nog wat lacherig over gedaan, maar we moeten eigenlijk heel erg blij zijn met het feit dat we nu een afdeling binnen het politiekorps hebben die zich uitsluitend gaat bezighouden met dieren en alles wat daarmee te maken heeft. Ook al hebben velen nog twijfels over het geheel. Als men dieren in nood aantreft is dat vaak een teken dat de mens(en) die daarvoor verantwoordelijk is/zijn, zelf ook hulp nodig hebben.
Want hoe komt het dat mensen dieren verwaarlozen en/of mishandelen? Vaak is in eerste instantie een tekort aan financiën de oorzaak en zijn de dieren het eerst de dupe van een veranderend inkomen. Door de dieren te helpen komt de politie vaak andere zaken op het spoor en kunnen ze deze wellicht in de kiem smoren of er misschien andere instanties bij betrekken die degene helpt die het dierenleed heeft veroorzaakt.
Ook zijn mensen vaak overweldigd door hun eigen gevoelens voor dieren en proberen ze elk dier dat op hun pad komt te “helpen” en raken daardoor zelf in de problemen.
Veel teveel dieren in en rond het huis, alles wordt vuil, de dieren krijgen onvoldoende aandacht en voeding en verdere verzorging, de omgeving begint te klagen en zo gaat het balletje rollen.
Gelukkig zijn er genoeg mensen die problemen aan willen kaarten en deze hebben nu dus een nieuw telefoonnummer dat ze kunnen bellen: 144/ Redt een dier. Hier wordt men te woord gestaan door een agent die de klacht opneemt en uitzoekt wat ermee moet gebeuren. Belangrijk in deze is natuurlijk wel, dat degene die belt dit niet anoniem kan doen, mocht er inderdaad echt iets mis zijn dan heeft de politie getuigen nodig die voor de rechter een verklaring willen afleggen over het een en ander. Ook wil men natuurlijk voorkomen dat burenruzie gaat ontaarden in te pas en te onpas klachten doorgeven over dieren.
In het begin zal menig agent die deze nieuwe functie gaat bekleden nog de nodige ervaring moeten opdoen, dat is logisch. Na een cursus van een aantal weken kan niet iedereen al alles weten en zal men derden moeten vragen voor hulp met bepaalde zaken, maar ik heb er vertrouwen in dat men snel de wegen weet te bewandelen die nodig zijn om de dieren te beschermen tegen bepaalde individuen. Zoals nu al duidelijk is wordt het nieuwe nummer veelvuldig gebeld en zijn er ook al dieren in schrijnende situaties aangetroffen en geholpen. Met z’n allen moeten we ervoor zorgen dat dit nieuwe onderdeel van de politie een succes wordt zodat duidelijk wordt voor iedereen dat het niet onzinnig is om dit door te zetten.
De agenten die besloten hebben om hun loopbaan een andere richting te geven zijn daardoor niet minder politieagent, ze zijn te allen tijde ook bezig om in deze steeds harder wordende maatschappij te zorgen voor fatsoenlijk gedrag tegenover mens en dier. En ja, ook de wetten die er zijn om fatsoenlijk met dieren om te gaan moeten nageleefd worden. Degene die dit bewust of onbewust niet doet dient daar op gewezen te worden en eventueel bestraft.
Ik hoop dat de mensen die vooroordelen hebben over de dierenpolitie snel zullen merken dat het wel degelijk zin heeft dat ze er zijn.
Ik ben er vast van overtuigd dat het een succes zal blijken te zijn.
